Weeshuizen

Watoto Kwanza MR

 

‘Watoto kwanza’, Swahili voor ‘kinderen eerst’. Vrij vertaald: het belang van het kind voorop, wat is het beste voor het kind. En in dit geval kinderen uit een van de meest kwetsbare groep kinderen in onze samenleving: kinderen die (onnodig) opgroeien in een weeshuis.

Kinderen horen niet op te groeien in een instituut. Ruim 60 jaar internationaal onderzoek toont aan dat opgroeien in een weeshuis (institutionalisering) schadelijk is voor de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen zich beter in een gezinsomgeving.[1] Veel kinderen die zijn opgegroeid in een kindertehuis hebben moeite zich uiteindelijk als volwassene zelfstandig te handhaven in de samenleving.[2]

Geschat wordt dat er wereldwijd zo’n 8 miljoen kinderen in weeshuizen wonen maar dat 80% van deze kinderen nog minstens één ouder heeft.[3] De term weeshuis is dan ook misleidend. Want met deze term lijkt het alsof deze kinderen geen familie hebben die voor ze kan zorgen en dat is vaak wel zo als ze de juiste ondersteuning zouden hebben.

Ons doel
Ons doel is om in de Njombe regio, Zuid-Tanzania, een omslag te realiseren van het institutionaliseren van kinderen naar een Family Based Care model, van Tehuis naar Thuis. Samen met lokale partners met wie we een deel van de oplossing vormen. Dit hebben we verwerkt in ons toekomstplan ‘Watoto kwanza‘.

Aanleiding
Als stichting zijn we betrokken bij twee weeshuizen: één voor kinderen tot ±3 jaar gelegen in Uwemba, Njombe Regio, en een weeshuis voor kinderen vanaf ±3 jaar, gelegen in de wijk Mji Mwema in Songea.

Jaarlijks hebben we de weeshuizen en de kinderen bezocht. In het eerste jaar vaak maar één dag, maar in de loop van de jaren hebben onze penningmeester Leon en oprichtster Monique er diverse malen weken en soms maanden doorgebracht. In die periodes hebben ze persoonlijk de nadelen van het opgroeien in weeshuizen gezien. Hoe goed de medewerkers ook hun best doen kunnen weeshuizen nooit een echte vervanging zijn voor een familie.

Ze bleven met een onbevredigend gevoel zitten. Maar wat konden we doen?

“Kinderen zonder thuis’
Maar op die vraag kreeg Monique een antwoord tijdens een bezoek aan Malawi in augustus 2017. Ze ontmoette toen journaliste en schrijfster Mirjam Vossen. Monique las het door Mirjam geschreven boekje ‘Kinderen zonder thuis’. Hierin stond het jarenlange gevoel zwart op wit.: kinderen horen op te groeien in een liefdevol gezin en niet in een kindertehuis.
Mirjam Vossen Kinderen zonder thuis

Verdragen, richtlijnen en TEDx Talk
Monique is zich hier verder in gaan verdiepen en heeft verdragen, richtlijnen en andere relevante stukken gelezen en het internet afgezocht.

In haar zoektocht kwam ze uit bij een TEDx Talk van de Australische Tara Winkler. Een inspirerend verhaal dat precies verwoordde wat ik al die tijd zag en voelde. Ook zij spreekt uit eigen ervaring: van vrijwilligster tot uiteindelijk eigenaresse van een eigen weeshuis tot het roer omgooien van weeshuis naar een ‘Family Based Care’ oplossing. Aan het einde van haar TEDx Talk roept Tara haar publiek op een stem te zijn voor alle kinderen die nog in instituten wonen. Een stem om te pleiten voor een omslag van institutionalisering naar ‘Family Based Care’. En die stem willen we zijn want ook ons is inmiddels duidelijk dat een weeshuis geen goede plek is voor een kind om op te groeien.

“Vergeet niet dat jij de grote mensen er aan kunt houden wat zij hebben beloofd”

~ Paul van Vliet, ambassadeur van Unicef ~

En ‘de grote mensen’ hebben beloofd op te komen voor de rechten van het kind. De basis daarvoor is vastgelegd in het Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Bron: Verdragen en richtlijnen

Gesprekken in Tanzania
Monique besloot haar ticket Malawi-Nederland om te ruilen naar Malawi-Tanzania om met betrokkenen in Tanzania te gaan praten hoe zij tegen deze feiten aankeken en tegen een omslag van institutionalisering van kinderen naar een Family Based Care oplossing. Bij de betrokkenen waren de verdragen, richtlijnen en rapporten nauwelijks tot niet bekend. Tevens heeft ze een onderzoek gedaan naar de familieomstandigheden van de kinderen in ‘ons’ weeshuis in Uwemba. Daaruit bleek dat 17 van de 18 kinderen traceerbare familieleden hebben.

Bisschop Maluma en Moniqueet tekst

Tijdens dat bezoek heeft Monique gesproken met de Sisters die het weeshuis runnen, de bisschop van Njombe, Bisschop Alfred Maluma, en Ft. Hermengird Lugome, directeur van de Caritas in het bisdom, verantwoordelijk (namens het bisdom) voor negen weeshuizen in dit bisdom en de verzorgsters in het weeshuis. Allen gaven aan het eens te zijn met het gegeven dat kinderen niet horen op te groeien in een weeshuis maar in een gezinssituatie en ze willen graag een omslag maken van Tehuis naar Thuis.

Vooral het gesprek met de verzorgsters die werken in het weeshuis in Uwemba was voor Monique een opzienbarende. Monique stelde de vraag wie van deze vrouwen haar kind zou laten onderbrengen in dit weeshuis als ze zelf waren overleden. Het antwoord was dat niemand dit zou willen. Op de vraag waarom zij dit niet wilden kwam voornamelijk naar voren dat kinderen in het weeshuis niet opgroeien met enig besef hoe het er in het ‘echte’ leven c.q. gezin aan toe gaat en dat ze onvoldoende persoonlijke aandacht krijgen hoe goed ze ook hun best doen.

Ft. Lugome heeft Monique toen vanuit het Bisdom gevraagd of Stichting Peramiho hen ter plaatse wil helpen deze omslag te realiseren. Dit omdat bij hun kennis, tijd en middelen ontbreken om dit transitieproces te begeleiden.

Samen
Vooropstellend dat de primaire verantwoordelijkheid om deze veranderslag te realiseren bij de overheid ligt, is het ook een taak van andere aandeelhouders, onder andere de donateurs, om deze omslag daadwerkelijk te realiseren. ‘Drumming together for change’. [5] Met dat laatste in het achterhoofd willen we graag onderdeel uitmaken van deze omslag. Samen kijken naar wat de beste plek is voor een kind.

Oplossingen
De eerste optie is terugkeer naar de biologische ouders. Kan dit gezin met financiële en praktische hulp wél voor het kind zorgen?

Is dit niet het geval dan wordt gekeken of andere naaste familieleden voor het kind kunnen zorgen, zoals een tante, oom, opa en/of oma. Het kind zal heel goed worden begeleid in de terugkeer naar een gezin. Pas als de situatie ‘veilig’ is zal de begeleiding langzaam afnemen.

Is terugplaatsing bij familie niet mogelijk dan wordt gekeken of er misschien een pleeggezin is dat liefdevol voor het kind kan zorgen. Een gezinsvervangend huis is een laatste optie, maar dan een huis waar persoonlijke aandacht is voor de behoefte van het individuele kind om zich te ontwikkelen.

Er is niet één weg om een kind terug te plaatsen in een gezin. De omstandigheden worden per kind persoonlijk bekeken met als basis ‘Watoto kwanza’, het belang van het kind voorop.

Projectleider
Monique gaat als tijdelijke projectleider ter plaatse aan de slag met als doel deze kinderen te geven wat ieder kind verdient: een gezin, een thuis. Met dit project sluiten we aan bij een internationale beweging om het institutionaliseren van kinderen om te vormen naar een Family Based Care model.

Help je mee deze kinderen te geven wat ieder kind verdiend: een gezin, een thuis?

Baby Monique en mama en oma

 

 

 

[1] Nelson, C., Zeanah, C., Fox, N. (May 2009). The Effects of Early Deprivation on Brain Behavioural

Development: Bucharest Early Intervention Project. Oxford University Press.; Tobias, D. Moving from Residential Institutions to Community-Based Social Services in Central and Eastern Europe and the former Soviet Union. The World Bank. 2000

[2] Stein, M.; Verweijen-Slamnescu, R. 2012.When Care Ends: Lessons from Peer Research. Insights from Young People on Leaving Care in Albania, The Czech Republic, Finland and Poland. Innsbruck: SOS Children’s Villages International

[3] Corinna Csáky (2009) Keeping Children Out of Harmful Institutions, Why we should be investing in family-based care. Save the Children

[4] https://www.ted.com/talks/tara_winkler_why_we_need_to_end_the_era_of_orphanages

[5] ‘Drumming together for change’ – SOS Children’s Villages International, CELCIS, University of Malawi

doneerdirect